licht8 min lezen
Een Belgische vensterbank in januari geeft te weinig licht. Hoeveel dan wel?
Een zaailing wil 10 à 15 mol licht per dag. Achter een Belgisch raam in januari krijgt hij er 1 à 2. De cijfers, en wat je met een groeilamp moet halen.

Foto: Arno
De eerste week ziet een zaailing op de vensterbank in januari er prima uit. Twee groene zaadlobben, recht omhoog. Tien dagen later leunt hij tegen het glas, met een stengel als een naald. De uitleg is altijd dezelfde: te weinig licht. Dat klopt. Alleen staat er nooit bij hoeveel te weinig, en dat antwoord is ontnuchterender dan je denkt.
Eerst de eenheid, anders praten we langs elkaar
Lux is gemaakt voor mensenogen. Een plant telt iets anders: lichtdeeltjes tussen 400 en 700 nanometer, het deel van het spectrum waarmee hij fotosynthese doet. Die worden geteld in micromol per vierkante meter per seconde (µmol/m²/s). Tel je dat op over een hele dag, dan krijg je de daglichtsom, in het Engels daily light integral of DLI, uitgedrukt in mol per vierkante meter per dag.
Die dagsom is het getal dat ertoe doet. Een matige lamp die lang brandt, kan evenveel opleveren als een paar uur fel zonlicht. De rekensom: µmol × aantal uren × 0,0036 = mol per dag. Een lamp die 200 µmol geeft, 16 uur lang, levert 11,5 mol.
Wat een tomaat of peper wil
Voor tomaat is dat goed onderzocht. Tomatenzaailingen onder ledlampen met 13 mol per dag halen 53 procent meer drooggewicht dan bij 6,5 mol. Rond 13 mol krijg je de meeste groei voor je stroom: boven 23 mol komt er nog nauwelijks iets bij. Bij paprikaplantjes in een serre stijgt het versgewicht met een derde als de dagsom van 6,1 naar 11,8 mol gaat.
In de beroepsteelt mikt men voor plantjes van tomaat, paprika en aubergine op 15 à 20 mol. Voor zaailingen in het algemeen wordt ook 5 à 10 genoemd.
De bereiken lopen uiteen, maar de richting is duidelijk: onder een mol of 6 groeit een zaailing wel, maar mager, en tussen 10 en 15 zit je goed. Hou die getallen vast, want nu komt België.
Wat de Belgische hemel levert
Het KMI meet de zonnestraling in Ukkel. Gemiddeld over 1991–2020 valt daar in januari 21,9 kWh per vierkante meter, voor de hele maand samen. In december is dat 16,8, in februari 36,9, in maart 76,5 en in april 117,5.
Omrekenen naar plantenlicht gaat met twee vuistregels uit de glastuinbouw: ongeveer 45 procent van die straling is bruikbaar voor de plant, en elke watt daarvan is goed 4 µmol. Voor een plat dak in Ukkel, zonder schaduw, geeft dat per dag:
| Maand | Buitenlicht (mol/m²/dag, afgerond) |
|---|---|
| December | ca. 4 |
| Januari | ca. 5 |
| Februari | 9 à 10 |
| Maart | 17 à 18 |
| April | 27 à 29 |
Kijk nog eens naar januari. Zet je een zaailing in januari buiten op het dak, onder de volle hemel, dan krijgt hij gemiddeld 5 mol. Minder dan de helft van wat een tomatenzaailing goed doet. En dan zit er nog geen raam tussen.
De dagen helpen ook niet. In Brussel is het op 1 januari 8 uur en 2 minuten licht, op 31 januari 9 uur en 11 minuten. Half januari staat de zon 's middags 18 graden boven de horizon. Het KMI telt voor januari gemiddeld 59 uur zonneschijn, op zo'n 265 uur daglicht. In de winter is ongeveer 80 procent van het licht diffuus: grijs licht van een bewolkte hemel.
Wat het raam ervan afsnoept
Een raam in een muur ziet hooguit de helft van de hemel. Een raam zonder enige belemmering krijgt onder een grijze hemel bijna 40 procent van het licht dat op een open, plat vlak valt. Voor mensen geldt 27 procent al als voldoende daglicht. Een overbuur, een dakgoot of een boom brengt je daar snel.

Dan het glas zelf. Gewoon dubbel glas laat 82 procent van het zichtbare licht door, driedubbel glas 74, zonwerend glas 61.
Leg die stukken op elkaar en een zaailing pal tegen het glas houdt in januari ruwweg 1 à 2 mol per dag over. In februari 2 à 3, in maart 3,5 à 6. Een zuidraam met een reeks zonnige dagen doet het beter, een noordraam slechter. Het is een schatting. Maar zelfs als ze er een factor twee naast zit, blijf je in januari ver onder de 10.
Wil je het zelf nagaan: een luxmeter in zonlicht kun je omrekenen met 1 lux ≈ 0,0185 µmol. Tienduizend lux zonlicht is dus zo'n 185 µmol. Meet op een grijze januaridag een paar keer op je vensterbank en je hebt je antwoord.
Zelf heb ik het nooit gemeten. Er hangen wel luxsensoren in ons huis, maar die gebruik ik alleen om het licht aan te doen als we een kamer binnenkomen.
Nog iets dat zelden gezegd wordt: veel zaaiadvies op het internet komt uit streken met veel meer winterzon dan Vlaanderen. "Zet ze op een zonnige vensterbank" is daar een redelijk advies. Hier is het een recept voor die naald van hierboven, zeker boven een warme radiator, maar dat is een verhaal voor een ander artikel.
Wie in de winter zaait, koopt licht
Mijn eigen zaailingen deden het achter glas slecht en onder een paar stevige lampen goed. De rekensom hierboven verklaart waarom: 1 à 2 mol tegenover 10.
Achter mijn raam haalden mijn zaailingen het niet. Onder de lampen groeien ze gedrongen en stevig.
Zaai je pepers in januari of vroeger, dan is een groeilamp geen luxe. De vensterbank is de noodoplossing. Waar let je op, zonder merken:
Lichtsterkte op bladhoogte, in µmol. Mik op ongeveer 150 à 250 µmol/m²/s op de hoogte van de blaadjes. Met 16 uur per dag geeft 200 µmol je 11,5 mol, precies in de zone die je zoekt. Het wattage op de doos zegt hoeveel stroom de lamp trekt, niet hoeveel licht er op je plantjes valt. Een degelijke fabrikant publiceert een lichtkaart met µmol-waarden op een bepaalde hanghoogte. Staat er alleen watt en lumen, dan weet je het eigenlijk niet.
Controleren kan met een luxmeter, bij wit ledlicht. Reken voor witte leds, welke kleurtemperatuur ook, met ongeveer 15 µmol per 1.000 lux. Rond 13.000 lux op bladhoogte zit je dan bij 200 µmol. Die omrekening is ruw en een gsm-app is geen meetinstrument, dus neem het als richtwaarde. Bij roze of paarse lampen heeft een luxmeter geen betekenis: de omrekening hangt helemaal af van het spectrum.
Afstand volgt uit de lichtsterkte, niet omgekeerd. Hoe hoger de lamp, hoe breder het verlichte vlak en hoe minder licht per blad. Een vaste afstand die voor elke lamp klopt, bestaat niet. Hang hem op de hoogte waar je rond die 200 µmol uitkomt, en schuif hem mee omhoog als de plantjes groeien.
Uren: 16 à 18 per dag. Zet er een tijdschakelaar op. Laat hem niet dag en nacht branden. Tomaten onder constant licht krijgen zware bladvergeling, en continu licht levert de plant niets op, ook al draait de fotosynthese door.
Mijn eigen opstelling is bescheiden: twee kleine ledlampen op een statief, op een slimme stekker die ze in de loop van het seizoen langer laat branden. Worden de planten te groot voor die lampen, dan verhuizen ze naar een lichtbak.
Of je zaait gewoon later
Geen lamp? Dan is de datum je bijverlichting. Kijk opnieuw naar de tabel: pas in april krijgt een zaailing achter het glas iets dat in de buurt komt van wat hij nodig heeft.
De RHS, die voor een klimaat als het onze schrijft, laat paprika's voor buiten eind maart of begin april zaaien, en tomaten voor buiten ook eind maart tot begin april. De paprika's blijven tot minstens eind mei binnen, wat mooi aansluit bij de IJsheiligen. In New Mexico rekent men voor pepers zes à acht weken van zaaien tot plantklaar, in een serre in een zonnige woestijnstaat. Op een Vlaamse vensterbank zit je aan de trage kant van dat bereik, of erover.
Wie later begint, kiest rassen die niet het hele seizoen nodig hebben. Bij elk ras in de winkel staat een zaaikalender. Voor superhots is later zaaien geen goed idee; daarvoor heb je de lamp echt nodig.
Bronnen (16)
- KMI, klimaatnormalen Ukkel, globale zonnestraling: meteo.be
- KMI, klimaatnormalen Ukkel, zonneschijnduur: meteo.be
- Timeanddate, zonsopgang en daglengte Brussel, januari 2027: timeanddate.com
- Dueck, T. (Wageningen UR Glastuinbouw), Licht in en om de plant, lezing 2008: edepot.wur.nl
- Huber, Louws & Hernández (2021), Impact of Different Daily Light Integrals and Carbon Dioxide Concentrations on the Growth, Morphology, and Production Efficiency of Tomato Seedlings, Frontiers in Plant Science: pmc.ncbi.nlm.nih.gov
- Wuetcher & Owen (2025), Managing Daily Light Integral to Improve Vegetable Transplant Quality, Purdue University: vegcropshotline.org
- Virginia Tech, Calculating and Using Daily Light Integral (DLI): pubs.ext.vt.edu
- Anstey Horne, Vertical Sky Component explained: ansteyhorne.co.uk
- AGC Nederland, LTA-waarde van glas: agcnederland.nl
- Apogee Instruments, PPFD naar lux: apogeeinstruments.com
- Sharakshane, A. (2018), An easy estimate of the PFDD for a plant illuminated with white LEDs, bioRxiv: biorxiv.org
- University of Minnesota Extension, Lighting for indoor plants and starting seeds: extension.umn.edu
- Marie e.a. (2024), Tomato and mini-cucumber tolerance to photoperiodic injury…, Frontiers in Plant Science: pmc.ncbi.nlm.nih.gov
- RHS, How to grow sweet peppers: rhs.org.uk
- RHS, How to grow tomatoes: rhs.org.uk
- Walker & Bosland, Growing Chile Peppers in New Mexico Gardens, NMSU: pubs.nmsu.edu
Van lezen naar zaaien
Zin gekregen om te zaaien?
Bij elk ras staan de kiemtijd, de kiemtemperatuur, de scoville en wanneer je moet zaaien.


