wie hier zaait
Hallo, ik ben Arno
Ik kweek elke zomer pepers en tomaten, en ik ben daar een beetje te enthousiast over. Waplantikier is wat er gebeurt als je dat enthousiasme een winkel geeft.
Hoe het begon
Als kind kon je bij de Doowap-koeken soms een zaaizakje sparen: waterkers, tuinkers, iets dat groeit terwijl je kijkt. Ik vond het geweldig. Zaaien, en dan elke dag gaan kijken hoe ver het al was — en er was altijd iets veranderd.
Mijn grootvader had een eigen moestuin, en daar werkte hij het hele jaar hard in. Ik vond het prachtig om te zien hoe hij zijn liefde toonde: een krop sla mee als je langskwam, wat patatjes als je ze nodig had, bloemkolen om trots op te zijn. De liefde voor het moestuinieren was er dus eerst.
“Ze kwamen allemaal uit. En ik kreeg het niet over mijn hart om er ook maar één weg te doen.”
Toen kwamen de pepers
Toen ik met mijn vriendin ging samenwonen, begon ik me te verdiepen in de nachtschadefamilie: pepers, tomaten, aubergines. Ik bestelde mijn eerste peperzaadjes en was meteen verkocht.
Ik volgde de zaaigids tot op de letter. Er stond dat maar een deel zou kiemen, dus ik zaaide per ras een hele resem. Ze kwamen allemaal uit. Dan hoor je de zwakste weg te doen en de sterkste te houden — maar dat kreeg ik niet over mijn hart. Ik zat dus met veel te weinig vensterbank en steeds grotere peperplanten, die ik grootbracht alsof het mijn kinderen waren.
Er zijn goede zaadwinkels, en ik had mijn favorieten. Bij de ene kiemde alles wat ik zaaide. De andere had rassen waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Bij een derde was het de kweker zelf die me beet had met zijn uitleg. Ik zocht één winkel die dat allemaal had. Die vond ik niet, dus die begon ik zelf. Filmen doe ik niet; ik schrijf het op, bij elk ras en op de blog. Ik doe dit naast mijn job, dus als je mailt, antwoord ik zelf — en als ik iets niet weet, zeg ik dat.
— Arno

Waar Waplantikier voor staat
Geen driehonderd rassen waaruit je maar wat kiest, wel een keuze met bij elk ras de reden waarom. Elke partij krijgt een lotnummer en een geteste kiemkracht, met de datum erbij. Getest, niet beloofd.
En bij elk zakje de uitleg die op zoveel zakjes ontbreekt: hoe lang het duurt voor het kiemt, hoe warm het moet zijn, hoe heet de vrucht wordt en wanneer je moet zaaien. Het zakje valt als brief in je bus, met een Europees plantenpaspoort.
Bekijk alle zaden →wadisdadier
Waplantikier heeft familie
Wie de naam grappig vond: er zijn er nog.
Rani, mijn vriendin, maakt babyspulletjes met een naam erop: slabbetjes, tutjes, speenkoorden en cadeausetjes in rustige, tijdloze stoffen. Alles met de hand, in haar atelier in Zellik. Het kraamcadeau dat niet in een kast verdwijnt maar elke dag wordt vastgepakt.
Bekijk Wastikikier →Jona, mijn schoonzus, maakt zeep: stuk voor stuk met de hand, volgens de koude methode, met plantaardige oliën, kleuren en geuren. Voor een huwelijk, een event of je bedrijf maakt ze ook zeep op maat vanaf twintig stuks, met je eigen logo of tekst erop.
Bekijk Wariekikier →
kweektips
Wat je op het zakje niet leest
Op de blog schrijf ik over wat er misgaat en waarom: trage kieming, pepers die niet kleuren, zaailingen die te lang worden. Het soort vragen dat je pas stelt als je al gezaaid hebt.
Lees de blog →Een keer per maand wat je nu moet zaaien, verpotten of oogsten: